Akkoord rond bouwshift

16 maart 2022


De Vlaamse regering bereikte onlangs een akkoord over de bouwshift. De bouwshift – de nieuwe naam voor de betonstop waar de vorige Vlaamse regering mee flirtte – moet de open ruimte in Vlaanderen beschermen. Wat staat er precies in het akkoord?

Elke dag verdwijnen vijf voetbalvelden aan open ruimte. Doel is om die 5 hectare per dag tegen 2025 te doen dalen tot 3 hectare. Tegen 2040 mag er geen open ruimte meer verloren gaan.

WOONUITBREIDINGSGEBIEDEN
Om dat doel te realiseren wil de Vlaamse regering ervoor zorgen dat zo weinig mogelijk woonuitbreidingsgebieden – in totaal goed voor 12.700 hectare – worden aangesneden. Het gaat om gronden die nu nog onbebouwd zijn en kunnen worden gebruikt wanneer de gewone bouwgrond op is. Vlaanderen plaatst die gronden nu onder een stolp en zal er na 2040 definitief over beslissen. Maar ondertussen kunnen steden en gemeenten wel zelf al beslissen om ze niet te laten bebouwen en er een andere bestemming aan te geven, zoals bos-, natuur- of landbouwgrond. Dan blijven die gronden dus zeker open ruimte. Eigenaars wiens perceel niet langer bebouwbaar wordt, worden voor de volle honderd procent van de marktwaarde vergoed. Dat was een eis van Open VLD. Terwijl zo goed als alle experten dat een slecht idee vinden. Het gaat immers vaak om gronden die al jaren leeg liggen en waarvoor de eigenaars een lagere prijs hebben betaald. Experten stelden voor om maar tachtig procent van de waarde te geven.


FONDS OM EIGENAARS TE BETALEN
Om die eigenaars te betalen, legt de regering een fonds aan waarin ze elk jaar 100 miljoen euro zal stoppen tot 2040. In totaal gaat het dus om 1,8 miljard euro. Bedoeling is dat daarmee de gemeenten worden vergoed die beslissen om woonreservegebieden niet aan te snijden. Of toch deels vergoed. Wordt de grond bos, dan legt Vlaanderen twee derde bij. Gaat het om natuur- of landbouwgrond, dan gaat het over de helft. Lokale overheden kunnen echter nog altijd beslissen om die gronden wel te laten bebouwen. Dat kan nog altijd via een beslissing van de gemeenteraad. En dan komt er van de bouwshift niet veel in huis. Bovendien rijst de vraag of gemeenten de tussenkomst van de Vlaamse regering wel genoeg vinden. Ze is pakken beter dan een vorig compromis – waarbij de lokale overheden voor alles opdraaiden – maar gezien de financiële toestand van veel lokale besturen, is het lang niet zeker of ze ervoor zullen willen en kunnen betalen. De Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) is alvast blij dat er een akkoord is en dat er deze keer wel middelen voorzien zijn. “De vraag is hoe het zit met de gewone woongebieden. De bouwshift is toch meer dan alleen maar de woonreservegebieden?”, werpt Nathalie Debast van de VVSG op.

TASKFORCE BLIJFT OP HONGER ZITTEN
De taskforce Bouwshift, die recent in het Vlaams Parlement nog zijn rapport uit de doeken kwam doen, mikte in elk geval op veel meer. Die had het over 30.000 hectare. Met naast de 12.700 hectare woonreservegebieden ook nog oude industrie- en recreatiegebieden én gewone woongebieden die beter niet worden bebouwd, omdat ze in overstromingsgebied, waardevol natuurgebied of ver van de bewoonde wereld liggen. Maar daar raakt de Vlaamse regering niet aan. Volgens de taskforce zijn de woonuitbreidingsgebieden nochtans minder belangrijk. Professor ruimtelijke planning Kobe Boussauw (VUB) waardeert het dat de Vlaamse regering de eerste stappen zet, maar zegt erbij dat er veel meer nodig is. “Dit is een lapmiddel om grondeigenaars tevreden te stellen.” Volgens Boussauw zou Vlaanderen bouwrechten voor gronden die buiten de stedelijke gebieden en de woonkernen liggen beter tijdelijk maken. Zoals in Duitsland, waar de mogelijkheid om te bouwen vervalt als de eigenaar er geen gebruik van maakt. “Het is nooit de bedoeling geweest van de gewestplannen om die gronden een soort van staatsgarantie te geven op de waarde van de grond. Het huidige systeem werkt speculatie in de hand en beschermt het kapitaal van de grondeigenaars, tegen het belang van de samenleving in.” Daarnaast vindt de professor dat de middelen voor financiële compensatie binnen de vastgoedsector zelf zouden moeten worden gevonden. Wie nog een onbebouwd perceel ontwikkelt, zou bijvoorbeeld een fonds kunnen spijzen dat daarvoor wordt aangewend. “Een vergoeding aan honderd procent van de marktwaarde gefinancierd uit algemene middelen, is een vorm van omgekeerde herverdeling, die moeilijk rechtvaardig kan worden genoemd.”

Erkend CIB lid
De van toepassing zijnde corporatieve beroepsregels CIB vindt U onder www.cib.be